De midwinterhoorn is een traditioneel communicatie-instrument dat nog steeds gebruikt wordt in De Achterhoek, Twente en de Veluwe.
De midwinterhoorn wordt in De Achterhoek, Twente en de Veluwe nog steeds gebruikt. Ook zien wij de midwinterhoorn nog in onze oostelijke grensstreek in Duitsland.
De houten hoorn lijkt veel op het kleine zusje van een Oostenrijkse alpenhoorn. Het is een licht gebogen houten hoorn van berken- elzen- of wilgenhout, op ambachtelijke manier gemaakt. Met een mondstuk (de happe,) van vlier of een andere houtsoort, waarop een eenvoudige melodie wordt geblazen.

Er zijn 3 soorten midwinterhoorns:
- de natte (niet verlijmde) midwinterhoorn (deze wordt niet veel meer gebruikt vanwege het gewicht en in de winter lopen met een natte hoorn heeft alleen maar onaantrekkelijke kanten);*
- de latjeshoorn (deze wordt vaak gebruikt door de beginnende blazer; deze hoorn mag niet gebruikt worden bij wedstrijden);
- de tweedelige hoorn (deze hoorn wordt nu het meest gebruikt, ook bij wedstrijden) Deze hoorn bestaat, in tegenstelling tot de natte hoorn, uit twee samengelijmde delen.
* Je ziet vaak op oude foto’s dat er boven een waterput geblazen worden. Men denkt vaak dat dit is om een mooie echo te hebben. Dat er boven een put werd geblazen, had te maken met het gebruik van een natte hoorn die in het water (de put) had gelegen om de naden te dichten. Deze was dan zo zwaar dat deze op de rand van de put werd gelegd en meteen werd geblazen.
De hoorn is niet gestemd en kan ook niet gestemd worden.

Bij iedere midwinterhoorn is de grondtoon anders. Vanuit die grondtoon worden door wisselende lipspanning op de happe uit te oefenen verschillende andere natuurtonen gevormd. Hierdoor kun je nooit met een andere midwinterhoorn samenspelen en dat is ook niet de bedoeling. Meestal (tegenwoordig) wordt er in groepjes van 3 naar een volgende groep geblazen en zo verder. Oorspronkelijk blies men als éénling van boerderij naar boerderij. De natuurtonen die gevormd worden zou je in notenschrift (uitgaande van de C als grondttoon) dan als volgt spelen c-f-a-c, De “olde roop” gaat dan als volgt: c-f, c-f-a, c-f-a-c-a-f-c, c-f, c-f. Dit is de “Olde roop”.
Men blaast meestal als het schemert. In Twente noemt men dit “het Tweeduuster”. In de hele regio blaast men naar traditie alleen tussen de eerste zondag van de advent (“anbloazen”) en Driekoningen (6 januari, “ofbloazen”).
Het gebruik zou volgens sommigen zijn oorsprong vinden in de Germaanse joelfeesten. De feesten die zich afspeelden rond de midwinter-zonnewende (21 december)
