Oorsprong

De historie van de hoorn.

Eerst als boodschap/signaalinstrument.
Oorspronkelijk zal er op de hoorns van dieren zijn geblazen. Bekende vormen daarvan zijn de koeienhoorn of  in Drenthe “het Boerhoorn” en natuurlijk de uit de bijbel bekende ramshoorn of  “Sjofar of Shophar”.
 
Klik op de afspeelknop om bazuingeschal op de sjofar beluisteren: 
 

pagina 4, Boerhoorn

Boerhoorn

Pagina 4, ossenhoornblazers

Ossenhoornblazers

Pagina 4 sjofar

Sjofar, of ramshoorn, ook bekend als bazuin.

Sinds wanneer een hoorn in de  vorm van de midwinterhoorn bestaat zal niet te achterhalen zijn. Deze hoorn zal eeuwenlang als signaal/boodschappen-instrument hebben bestaan. Er zijn vele afbeeldingen die het vermoeden opwekken dat het om een hoorn in de vorm van een midwinterhoorn gaat zoals onderstaande afbeeldingen bij Psalm 150, in het zogenaamde “Utrechts Psalter” uit omstreeks 850.
 
 
1655
 
Historie van de midwinterhoorn algemeen.
Na de dierlijke hoorns ging de mens dus een grotere hoorn maken. Aannemelijk om een groter bereik in tonen en in volume te bewerkstelligen.
De grote hoorn in hout en soms ook van blik kreeg vanaf 1655 de functie van Midwinterhoorn, althans er is in 1655 voor het eerst over geschreven. Hierover bestaat een hardnekkig misverstand. Door een verkeerde aanname uit een Duitse geschiedschrijving zou het oudste geschrift een “oorkonde” zijn waaruit blijkt dat de midwinterhoorn al in 1485 bestaat in Sonsbeck (D). Dat is niet juist. Deze verkeerde aanname is overgenomen door Everhard Jans in zijn boek “Het Midwinterhoornblazen”. Ben Jonker onderzocht deze zaak tot bij Prof. Dr. H.L. Cox van het Volkskundliches Seminar der Universität Bonn. Dhr.Jans verklaarde tegen Ben Jonker dat hij het niet zelf onderzocht maar heeft overgeschreven.
 
Rheinbach  20.7.2006

 

Geachte heer Jonker,

Niet helemaal tevergeefs heb ik gepoogd het raadsel betreffende de midwinterhoorn in Sonsbeck op te lossen. Het was een puzzel daar Everhard Jans – voor zover ik het nu kan beoordelen – er zonder zorgvuldig te citeren nogal lustig op los fabuleerde.

De feiten:
Matthias Zender schrijft 1965 in zijn artikel “Die kulturele Stellung Westfalens nach den Sammlungen des Atlas der deutschen Volkskunde”(In: Der Raum Westfalen,Bd.IV, 2: Beiträge zur Volkskunde und Baugeschichte, Münster 1965, S 2-69) (= herdruk in: Gestalt und Wandel. Aufsätze zur rheinische-westfälischen Volkskunde und Kulturraumforschung, herausgegeben von H.L. Cox und Günter Wiegelmann, Bonn 1977) : ik citeer naar de herdruk pag. 44, voetnoot 68) : Das im Mittelalter weit verbreitete Midwinterhorn (Sonsbeck am Niederrijn 1485) ist noch bei Jostes S.88 erwähnt. Van een door Zender ontdekte “oorkonde” is hier geen sprake. Men zou kunnen aannemen dat Zender “Sonsbeck 1485” bij F. Jostes (Westfälisches Trachtenbuch, Bielefeld 1904) gevonden heeft, men kan echter ook vermoeden dat hij alleen erop gewezen heeft dat de midwinterhoorn ook door Jostes genoemd wordt. In de tweede druk van Jostes (zie fotokopie) wordt Sonsbeck echter niet genoemd, ook niet in de voetnoten! Jostes noemt wel Bawinkel bij Lingen (anno 1655). Waar de reeds enige tijd overleden Matthias Zender zijn wijsheid betreffende Sonsbeck vandaan had, blijft een open vraag.

Met vriendelijke groet,
Prof. Dr. H.L. Cox.

                 

    
 Bawinkel als basis van het midwinterhoornblazen.
 
Het is dus vast komen te staan dat in Bawinkel in 1655 voor het eerst over de midwinterhoorn is geschreven.
Op 2 januari 2014 heeft Ben Jonker daarover contact gehad met:
Michael Surmann Heimatforscher im Heimatverein Kirchspiel Bawinkel.
Adres: Zum Alten Friedhof 49844 Bawinkel
Volgens Dhr. Surmann heeft vrijwel zeker bij het huidige “alten Friedhof” het kerkje gestaan waar over geschreven is in 1655 dat aldaar op midwinterhoorns is geblazen. Dhr. Surmann wil nog verder onderzoeken of er gegevens te vinden zijn in bijvoorbeeld het streekarchief in Hannover.